maandag 3 november 2025

Het vreemde ding

Zomaar ineens stond hij daar. Midden op het erf van de boerderij. Het was een vreemd ding. De dieren snapten er niets van. Ze zagen een ton met zijwieltjes, twee armen en een hoofd dat een omgekeerde emmer was en de hele tijd ronddraaide. In het hoofd zat een oog. Soms rolde hij de ene kant op en dan weer de andere kant. Waarom deed hij dat en waarvoor?

De koe was de eerste die ernaartoe liep. Zij was groot en helemaal niet bang voor dat vreemde ding.
‘Boe,' zei de koe toen ze voor hem stond. 'Ik ben een koe en geef iedere dag melk aan de boer. Wat doe jij?’
Het ding zei niets en keek de koe alleen maar aan met zijn ene oog. Een beetje eng was het wel.

Even later probeerde de kip het. Als het ding gek ging doen, kon ze altijd nog wegfladderen.
‘Tok, tok,' zei de kip. 'Ik ben een kip en geef iedere dag een ei aan de boer. Wat doe jij?
Het ding zei nog steeds niets. De dieren werden steeds nieuwsgieriger. Het was tenslotte hun boerderij.

Het was de beurt van het schaap. Hij was lekker zacht met zijn witte krulletjes. Tegen hem zou het ding wel praten.
‘Bêh,' zei het schaap zo lief mogelijk. 'Ik ben een schaap en geef elk jaar wol aan de boer. Wat doe jij?’
Weer niets. Alleen maar dat draaiende hoofd met het loerende oog. 

Deze keer sloop de kat ernaartoe. Zij was een roofdier en zou dat vreemde ding wel eens even een lesje leren.
‘Miauw,' zei de kat een beetje streng. 'Ik ben een kat en jaag de muizen van het erf. Wat doe jij?’
Het ding keek de kat aan, maar deed verder niets.

Het was idioot. Ze stonden nu allemaal in een rondje om het vreemde ding heen, maar ze kwamen er niet achter wat hij deed. Totdat er een mug in de buurt kwam. Het kleine stekende beestje vloog heen en weer tussen de dieren en het vreemde ding. Het lukte niet om het beestje weg te jagen. Het was veel te snel. Het hoofd van het vreemde ding draaide mee met de mug en toen de mug vlak voor zijn oog langs vloog, stopte het hoofd plotseling met draaien. Het was alsof hij naar de mug keek. Plotseling begon er binnenin iets te zoemen. In een flitsende beweging kwamen de armen omhoog en klapten de beide handen van het vreemde ding keihard op elkaar. Pats.
Oei, de mug zat ertussen. Het was dus een muggenvanger.

donderdag 11 september 2025

Grapje

'Help,' klinkt het ineens keihard in het bos. 'Help, ik val. Help.'
Met een hoge gil valt het kleintje vanuit de hoge boom kaarsrecht naar beneden en rolt holderdebolder over de grond nog een stukje door. Alles doet zeer en hij begint te huilen.
'Papa,' schreeuwt hij naar boven. 'Papa, ik ben gevallen.'
Een stem van bovenuit de boom roept verschrikt naar beneden.
'Jongen, wat is er gebeurd?'
Het kleintje kan alleen maar huilen en huilen.
'Hoor je mij, jongen?'
'Ja pap,' snikt hij, 'ik hoor je goed.'
'Dan zijn je oren in ieder geval nog goed.'
'Ja, gelukkig maar.'
'Hoe is het met je oogjes? Kan je nog goed kijken?'
Het kleintje kijkt rond. 'Ja pap, ik zie alles nog.'
'En je pootjes? Kan je nog staan op je pootjes?'
Hij gaat staan en dat lukt. 'Ja pap, er is niets gebroken.'
'Goed zo, jongen. En je vleugeltjes? Zitten je vleugeltjes nog goed?'
Dan is het stil. Plotseling begint het kleintje te krijsen, zo hard als hij kan. 
'Wat is er, jongen?' roept de vader.
'Mijn vleugels, pap. Ze zitten er niet meer aan. Ik kan niet meer vliegen.' Weer begint hij te huilen en te huilen. Wat een ellende. Wat een narigheid. Wat een verdriet.
Dan hoort hij plotseling zijn vader lachen en kijkt verbaasd omhoog.
'Waarom lach je zo, pap,' roept hij een beetje boos naar boven.
'Grapje!' zegt zijn vader.
'Hoezo grapje? Ik kan niet meer vliegen,' schreeuwt het kleintje in paniek. ‘Dat is heel erg.’
'Ach jongen,' roept zijn vader naar beneden. 'Dat kon je ook nooit. Je bent helemaal geen vogeltje, maar een spinnetje dat uit het web is gevallen. Ik laat een draadje zakken en dan trek ik je omhoog. Het was gewoon een grapje.'


zondag 24 augustus 2025

Kootje, Roetje, Prik en Kwakie

 

‘Joehoe,’ gilde Kootje, het jonge koalabeertje. ‘Sneller, sneller.’ Hij zat op de rug van zijn moeder en moest zich goed vasthouden, zo snel sprongen ze door de bomen. Van tak naar tak. Ze vlogen bijna. Hij zette zijn rode petje achterstevoren op zijn kop, anders zou het er door de wind afwaaien. Te laat. ‘Stop,’ schreeuwde hij. ‘Mijn petje.’

En dat was het begin van een gevaarlijk en knotsgek avontuur.
Veel plezier met lezen of luisteren. Klik op het verhaal helemaal onderin de kolom 'verhalen over dieren'.

woensdag 2 juli 2025

De cavia's op vakantie

 

Deze schattige cavia's heten Carlo en Carla en wonen in een grote kooi bij aardige mensen. Carlo noemt zijn vriendinnetje soms plagerig sproetenkopje en zij noemt hem dan diklip. Je kan misschien wel zien waarom.

Ze krijgen elke dag eten en drinken. Soms zelfs wat extra's. Ook al zijn ze gelukkig, ze hebben toch nog een grote wens. Ze willen kamperen, net als hun baasjes. Carlo heeft er een plan voor verzonnen. 

Hoe dat afloopt kan je in het verhaal lezen. Veel plezier.

dinsdag 6 mei 2025

Panda patat

 

'Ik lust geen bamboe,' zei deze kleine, schattige panda en dat is heel vreemd, want alle panda's eten nou eenmaal bamboe.
'Maar wat moet je dan eten om groot en sterk te worden,' vroeg zijn moeder en keek haar kleintje bezorgd aan.
'Ik wil patat,' zei hij. 'Met mayo.'

Hoe dit afloopt lees je in het verhaal over Panda Patat. Veel leesplezier.

zaterdag 26 april 2025

Twee piepjonge vogeltjes

Twee piepjonge vogeltjes staan op de rand van het nest.
Ze kijken een beetje angstig naar beneden.
'Het is wel diep,' zegt het ene vogeltje met knikkende pootjes.
'Heel diep,' zegt de ander met bibberende vleugeltjes.
'Ik heb een idee,' zegt het ene vogeltje en hij pakt een parachuutje.
'Kijk,' zegt hij trots, 'zo komen we zacht op de grond terecht.'
'Nee,' zegt de ander, 'dat kan echt niet. Een parachute is voor watjes.'
'Ik heb een veel beter idee,' en hij pakt een extra lang elastiekje.
'Kijk,' zegt hij, 'dit bind je aan het nest en het andere eind aan je pootje.
Dan gaan we bungeejumpen en vallen we niet te pletter.'
'Nee, dat is pas stom,' zegt het ene vogeltje, 'dan leer je nooit vliegen.'

Ze kijken weer naar beneden in de oneindige diepte.
Ze zuchten nog eens diep en doen hun oogjes dicht.
Dan springen ze tegelijk over de rand.
Ze fladderen en fladderen en fladderen.
Ze piepen zich schor van angst.
En net voordat ze op de grond te pletter slaan,
scheren ze omhoog en vliegen weer terug naar hun nest.
Uitgeput, maar trots liggen ze naast elkaar uit te hijgen.

Vanuit een andere boom kijken hun papa en mama lachend toe.
'Onze kleintjes redden het wel,' zeggen ze tegen elkaar.