Dinootje is jarig

Het is nog midden in de nacht, maar Dinootje ligt klaarwakker in zijn bed. Met grote ogen staart hij naar het plafond. Hij zucht. Het duurt nog zo lang voordat het dag is. Voordat hij uit bed mag. Hij gaat op zijn buik liggen en dan weer op zijn rug liggen. Het lukt niet om te slapen. Hij kan alleen nog maar aan morgen denken. Morgen. Morgen is hij jarig. Hij gaat op de grond naast zijn bed liggen en valt daar eindelijk in slaap.

De volgende morgen staat zijn moeder naast hem.
‘Dinootje, mijn kleine lieve Dinootje,’ roept ze zachtjes, ‘wakker worden. Je bent jarig.’
WAAH. Met een schreeuw schrikt Dinootje wakker, kijkt verward om zich heen, vliegt overeind en begint te springen.
‘Ik ben jarig, ik ben jarig.’
‘Stop,’ schreeuwt zijn moeder, ‘niet zo hard springen.’ Maar het is al te laat. De vloer begint te kraken, steeds harder te kraken. Het eerste plankje krakt doormidden en dan zakken ze samen door de vloer. Ze belanden in de keuken. Moeder kijkt haar zoon aan en dan beginnen ze samen te lachen. Nou, zeg maar rustig schateren. Ze krijgen gewoon de slappe lach. Het is ook altijd wat met Dinootje. En elk jaar wordt hij zwaarder en sterker.
Ineens ziet Dinootje een grote doos in de kamer staan, een hele grote kartonnen doos.

‘Is dat voor mij,’ en hij kijkt zijn moeder vragend aan. Ze knikt alleen maar. Dinootje vliegt naar de doos en rukt het karton eraf. Zijn moeder staat er glimlachend naar te kijken.
‘Oh, een nieuwe fiets.’
‘Ja,’ zegt zijn moeder, ‘ik heb hem speciaal extra sterk laten maken, zodat je er niet door zakt.’
Dinootje staat te stralen bij zijn nieuwe blauwe fiets.
‘Mag ik hem aanraken?’
‘Natuurlijk, hij is helemaal van jou.’
Dinootje kijkt naar de glimmende bel en steekt zijn poot uit om te bellen. KRAK. De bel is eraf gebroken. Nou ja, dat kan makkelijk gemaakt worden. Heel voorzichtig gaat hij op de fiets zitten. Zijn vorige fiets krakte zo doormidden. Daar is hij heel lang verdrietig over geweest. Uh? Hij zit erop en er gebeurt niets. Geen krak. Wauw, wat een sterke fiets. Vast de sterkste fiets van de hele wereld. Dinootje kijkt trots naar zijn moeder. Dan klinkt er ineens een knal. PANG. Voorband lek. Nou ja, dat kan ook gerepareerd worden. Toch? PANG. Achterband lek. Dinootje stapt van zijn fiets en kijkt vragend naar zijn moeder.
‘Daar weet de fietsenmaker wel een oplossing voor. Het zijn de banden maar. De fiets is in ieder geval sterk genoeg.’
Dinootje stormt naar zijn moeder voor een knuffel. ‘Bedankt mam, ik vind hem heeeeeeeel mooi.’ En hij geeft zijn moeder een echte dinoknuffel. Dan bots je drie keer hard met de neuzen tegen elkaar. Bij de eerste keer zeg je tegelijk ‘smak’, bij de tweede keer ‘smik’ en bij de derde keer ‘smok’. 
'Smak, smik, smok.'
‘Fijn dat je hem mooi vindt jongen, we zullen de fiets vanmiddag naar de fietsenmaker brengen, dan kan je er morgen mee naar school. Zo, nu eten en aankleden.’
Dinootje mag vandaag zijn piratenkleren aan.

Aan het begin van het schooljaar heeft de juf al gezegd: ‘Kindertjes, wanneer je jarig bent, mag je trakteren, maar … geen zoetigheid hoor.’ Ze heeft zelfs een briefje meegegeven voor de moeders. Dus Dinootje heeft een grote zak appels bij zich. Samen met zijn moeder hebben ze er oogjes op geplakt. Het ziet er heel leuk uit. Dinootje huppelt al vooruit.
‘Kom nou mam, de school begint zo.’
Wanneer ze in de school bij de klas komen, zegt de juf tegen Dinootje: ‘Gefeliciteerd Dinootje, met je verjaardag.’ ‘En u ook gefeliciteerd mevrouw, met uw zoon.’
In de klas gaat Dinootje op zijn rotsblok zitten. Hij is al door een paar stoeltjes gezakt en dit was de beste oplossing. De kinderen komen hem allemaal feliciteren.
‘Wat zit er in die zak?’ vragen ze aan Dinootje.
‘Hm, gewoon een versierd appeltje,’ en hij kijkt een beetje verlegen naar de grond.

De kinderen hebben samen met de juf een speciaal liedje voor Dinootje geleerd. Ze gaan straks gewoon ‘Lang zal die leven’ zingen, maar in plaats van ‘Hoera’ roepen ze keihard ‘WAAH’. Dat roept Dinootje ook altijd als hij ergens van schrikt of zo. Dinootje weet hier niets van. Hij zal het vast wel leuk vinden.
Wanneer het pauze is, zegt de juf: ‘Nou Dinootje, we gaan een liedje voor je zingen en daarna mag je trakteren,’ en ze kijkt de kinderen geheimzinnig aan.
‘Lang zal die leven, lang zal die leven.’
Dinootje zit op zijn rotsblok en alle kinderen staan om hem heen.
‘Hieperdepiep…’ en dan roepen ze allemaal tegelijk heel hard ‘WAAH’.
Dinootje schrikt zich helemaal een hoetepetoetje.
‘WAAH’ en van schrik springt hij omhoog en komt daarna met zijn dikke billen bovenop de zak met appels terecht. FLATS, je hoort dat alle appels platgedrukt worden. De kinderen zijn opgehouden met zingen en kijken naar de zak met appels, nou ja, zeg maar de zak met plat gewalste appels. Dan kijken ze naar Dinootje. Zou ie gaan huilen? Of boos worden? Of weglopen? Ze stappen allemaal een stukje achteruit. Niemand zegt er wat, ook de juf niet. Dan begint Dinootje te lachen en te lachen, steeds harder. De kinderen gaan vanzelf mee lachen. Met de tranen in zijn ogen zegt Dinootje: ‘Wil iemand misschien een beetje appelmoes? Met oogjes!’
Ha, ha, ha.

De volgende dag gaat Dinootje op zijn nieuwe fiets naar school. Geen gekrak, alles doet het. Hij heeft nu speciale banden die niet lek kunnen gaan. De kinderen zwaaien naar hem.
‘Hé Dinootje, mooie fiets.’
‘Het was leuk gisteren met die appelmoes.’
Dinootje lacht en wil bellen. KRAK. Bel op de grond. Nou ja, dat kan makkelijk gemaakt worden, toch?


Geen opmerkingen:

Een reactie posten