Het laatste kuikentje

Het was echt een enorme ramp. Zoiets hadden ze nog nooit in hun hele leven meegemaakt. En het gebeurde zomaar ineens. Iedereen op de boerderij was in paniek. Niemand snapte er wat van. Wat was er toch aan de hand?

Alle kippen op de boerderij waren tegelijk ziek geworden. Echt allemaal. En niet een beetje snotterig of zo, maar echt ziek. Zo ziek dat ze geen eieren meer konden leggen. Geen witte eieren, geen bruine eieren. Helemaal geen eieren meer. Ook niet stiekem eentje in een hoekje. Iedereen was verdrietig omdat ze geen eitje meer konden eten bij het ontbijt en geen lekkere uitsmijter met ham en kaas meer konden maken. Zelfs met Pasen konden ze geen eieren meer schilderen en al helemaal niet paaseieren zoeken in de tuin. Het was heel erg.

Maar het allerergste was dat er geen kuikentjes meer werden geboren. Geen eieren en dus geen kuikentjes. Geen nieuwe schattige, gele pluizenbolletjes meer. Ze zouden nooit meer dat vrolijke gepiep horen. Er was nu nog maar één kuikentje over. Het allerlaatste kuikentje. Ze heette Piepertje en was helemaal alleen. Geen broertjes en geen zusjes meer. En die zouden er dus ook nooit meer komen. Hoe moest het nu verder? 

Piepertje zette haar mutsje op en liep verdrietig weg van de boerderij. Wat moest ze doen? Waar moest ze heen? Na een poosje kwam ze terecht op een markt in de stad. Ze slenterde langs de kraampjes en zag niets omdat haar ogen vol tranen stonden.
Ineens hoorde ze: 'Hé, psst. Wat is er aan de hand?'
Het kuikentje keek verschrikt achterom, maar zag helemaal niemand.
'Hé psst. Ik ben hierboven.'
Piepertje keek omhoog en zag een gebraden kippetje liggen in een kraampje.
'Kan jij praten?' vroeg ze verbaasd.
'Natuurlijk, jij toch ook. Ik ben gewoon een kip. Alleen een beetje verbrand. Ha, ha, ha.'
'Je ruikt wel lekker,' zei het kuikentje en pikte in het pootje van de gebraden kip. Ze had honger.
'Au. Niet doen. Ik wil nog niet opgegeten worden.'
'Sorry,' zei het verdrietige kuikentje en wilde al weer verder lopen.
'Stop,' riep de gebraden kip, 'wat is er nou aan de hand?
Het kuikentje vertelde dat alle kippen op de boerderij ziek waren. Zo erg dat niemand meer eieren kon leggen en er dus ook  nooit meer een lief, schattig kuikentje geboren zou worden. Dikke tranen liepen nu langs haar snaveltje naar beneden en vielen op de grond.
'Ik ben het laatste kuikentje,' snifte ze en keek naar het plasje tranen voor haar pootjes. 'Ik kan dus ook geen eieren leggen.'
Het was even stil.
'Ik vind het zo erg,' snotterde ze en keek omhoog naar de gebraden kip. 
'Maar ik weet hoe je eieren moet leggen,' zei de gebraden kip trots. 'Ik ben een echte kip geweest en heb wel meer dan honderd eieren gelegd.'
'Echt waar?' 
'Jazeker. Gebraden kippetjes liegen niet. Ha, ha, ha.'
'Wil je mij dan vertellen hoe ik eieren moet leggen?' vroeg Piepertje, die weer een beetje begon te glimlachen. Misschien was toch nog niet alles verloren.
'Luister goed,' zei de gebraden kip. 'Nu ben je nog een kuikentje en kuikentjes kunnen geen eieren leggen. Je bent nog te klein. Je moet eerst wachten tot je echte veren hebt en een grote kip bent.' 
Ze keek het kuikentje eens goed aan, om te zien of ze het wel snapte.
'Oké,' zei Piepertje, 'en dan?'
'Dan ga je 's avonds in het hok gewoon slapen. Net als anders. Maar als je wakker wordt en het kriebelt een beetje in je buik, dan zit er misschien een eitje in je buik.'
'Hoe komt dat eitje er dan uit?'
'Dat is niet zo moeilijk. Dan moet je heel hard met je vleugeltjes wapperen en keihard 'tok, tok, tok' roepen. Als het niet meteen lukt, moet je het nog een keer doen. Net zo lang totdat er een eitje uit je poepertje komt. Dan heb je een ei gelegd.'
Piepertje keek de gebraden kip aan met grote ogen van geluk. Ze kon bijna niet wachten totdat ze veren kreeg en een echte kip was geworden. Ze bedankte de gebraden kip hartelijk en wandelde hoopvol terug naar de boerderij.

Na een week zag ze al het eerste veertje komen. Het was een bruin veertje. Ze werd vast een bruine kip. Elke dag kwamen er wel een paar veertjes bij en op een gegeven moment was ze een echte kip. Nu moest ze de truc doen die de gebraden kip had verteld. Ze was wel een beetje zenuwachtig toen ze 's avonds ging slapen. Zou het lukken?

Ze werd al heel vroeg wakker en voelde meteen een kriebel in haar buik. Dat had ze nog nooit gevoeld. Het was vast een eitje. Ze begon hard met haar vleugeltje te wapperen en riep keihard 'tok, tok, tok'. En toen... zomaar ineens... floepte er een ei uit haar poepertje. Ze keek achterom en zag een prachtig bruin ei liggen. 'Het is gelukt,' kakelde ze en ging het aan alle dieren op de boerderij vertellen. 'Ik heb een ei gelegd. Er komen weer kuikentjes.' Ze rende rond en vertelde het aan iedereen die het wilde horen. Ze kwamen allemaal het ei bewonderen en iedereen zei dat ze het goed had gedaan.

Ik ga het meteen aan de gebraden kip vertellen,' dacht ze. Die had haar zo goed geholpen en daarom was het gelukt. Ze rende naar de markt en kwam bij het kraampje van de gebraden kip. Ze was er niet. Jammer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten