Dinootje op zwemles

KRAK. KNAL. KLENG. De mensen in de winkel kijken verschrikt op. Wat gebeurt er allemaal. Dan zien ze dat achter in de winkel een pashokje is ingestort. En midden tussen de troep staat een kleine dinosaurus. Het is Dinootje die een nieuwe zwembroek aan het passen is. Dat ging dus een beetje mis.
‘WRAAH, het spijt me,’ zegt Dinootje tegen de winkeljuffrouw, ‘maar ik wil graag deze zwembroek kopen.’ Hij heeft eindelijk een grote zwembroek gevonden. Dinootje is er superblij mee. En nog wel een blauwe, dat is zijn lievelingskleur. Nu kan hij met de klas mee naar zwemles.
Allemaal staan ze langs de rand van het zwembad. De zwemmeester heeft iedereen oranje zwembandjes omgedaan. 
‘Wanneer ik op dit fluitje blaas,’ zegt de meester en hij houdt een zilveren fluitje omhoog dat aan een rood koordje om zijn nek hangt, ‘dan mogen jullie allemaal tegelijk in het water springen,’ en meteen blaast hij op het fluitje.
Alle kinderen springen in het water. Ook Dinootje maakt een grote sprong, doet zijn ogen dicht en PLONS. En wat een grote plons is dat. Een SUPERPLONS. Overal spettert het water heen, iedereen langs de kant wordt nat en het zwembad is een wildwaterbaan geworden. Een grote golf rolt over de kant heen. De kinderen schreeuwen en gillen. De zwemmeester kijkt snel rond of het met iedereen goed gaat. Oké, niemand is gewond. Alleen hij ziet Dinootje niet meer.
‘Waar is Dinootje?’ schreeuwt hij ze naar de kinderen. Niemand weet het. Dan ziet hij midden in het water een hoop luchtbellen.
‘Oh nee,’ roept hij, ‘Snel. Ik denk dat Dinootje op de bodem ligt,’ en hij duikt het water in. Er komen nog meer zwemjuffen en -meesters aan, die allemaal het water ingaan op zoek naar Dinootje. En jawel, Dinootje ligt languit op de bodem van het zwembad. Met z’n allen tillen ze hem met veel moeite op de kant. Met een hoop geproest en gehoest komt Dinootje bij.
‘WRAAH, wat is er gebeurd?’ en hij proest nog een klots water tegen het plafond aan.
‘Je bent te zwaar,’ zegt de badmeester, ‘je zinkt als een baksteen naar de bodem.’
‘Maar ik wil zo graag zwemmen,’ zegt Dinootje en hij kijkt verdrietig om zich heen.
‘We verzinnen er wel wat op,’ zegt de meester, ‘echt waar’, en hij aait Dinootje over zijn kop, ‘maar nooit meer bommetje doen hoor.’
‘Nee zwemmeesterjuf,’ en Dinootje schudt zo hard met zijn kop, dat hij met zijn staart 3 kinderen weer in het water slingert.
‘WRAAH, sorry.’

Een poosje later staat de meester met Dinootje bij het pierenbadje.
‘Zo, hier kan je tenminste gewoon staan. Klim maar rustig van het trapje in het water.’ Dinootje pakt het trapje vast en wil een eerste stap doen, maar dan … KRAK. Het trapje is afgebroken. Zomaar eraf gerukt. 
‘Wraah, sorry zwemmeesterjuf.’
‘Nou, laat je maar gewoon langs de kant in het water glijden, dan kom het vanzelf goed,’ zegt de meester, ‘en je mag gewoon meester tegen me zeggen Dinootje.’
‘Ja zwemmeesterjuf,’ en Dinootje laat zich langzaam in het water glijden. Hij springt en spettert en is helemaal niet bang voor water. Dinosaurussen zijn natuurlijk nergens bang voor.
Maar Dinootje wil in het diepe zwemmen. Met de andere kinderen uit zijn klas spelen.
Dan komt daar ineens zijn eigen juf aan. Ze sleept een opblaasboot achter zich aan. ‘Kijk Dinootje,’ zegt ze, ‘deze opblaasboot binden we aan je buik vast. Dan kan je niet meer zinken. Die zwembandjes zijn veel te klein voor jou.’
Dinootje kijkt blij naar zijn juf. Dat is nog eens een goed idee. Hij pakt de opblaasboot. PANG. Uit elkaar geklapt. Zijn scherpe nagel knalde de boot kapot.
‘Alle-apen-op-een-stokje,’ roept de juf van schrik, ‘nou ja… ongelukje… kan gebeuren, ik ga wel een andere boot halen.’
En even later ligt Dinootje in het diepe water met een opblaasboot onder zijn buik. Alle kinderen zwemmen om hem heen.
‘Hé Dinootje Krak, je kan ook zwemmen.’
‘Leuk dat je er ook bij bent, Dinootje.’
Nu kunnen ze eindelijk met de zwemles beginnen. De zwemmeester staat op de kant en roept wat ze moeten doen.
‘We beginnen met drijven. Gewoon rustig op het water liggen, dan zink je niet.’
Het is heel stil. Alle kinderen liggen rustig op het water. Maar plotseling … PANG… Een keiharde knal. De opblaasboot van Dinootje is kapot geknald en hij zinkt alweer naar de bodem. De meester springt in het water en met z’n allen tillen ze Dinootje op de kant.
‘WRAAH, wat is er gebeurd?’ en Dinootje proest een klots water tegen het plafond.
‘Je boot is weer geknald,’ zegt de meester, ‘je opblaasboot is een duikboot geworden.’ Daar moet iedereen heel hard om lachen. Ook Dinootje vindt het grappig.

De vaders en moeders staan al te wachten met een handdoek. Terwijl ze Dinootje aan het afdrogen is, vraagt zijn moeder: ‘En? Was de zwemles leuk?’
‘Ja mam, we hebben duikbootje gespeeld,’ en Dinootje moet keihard lachen.

2 opmerkingen:

  1. Wat een leuk verhaaltje. Wij hebben thuis ook een zwembad waar de kinderen zich enorm in vermaken. Volgend jaar zal ik dit verhaaltje vertellen als weer het zwembad op hebben staan.

    BeantwoordenVerwijderen