Boven het oerwoud vloog een draak zenuwachtig heen en weer. Hij speurde naar eten. Hij
had een vreselijke honger en zijn maag knorde zo hard dat het leek of het
onweerde. Plotseling zag hij op de grond een aap lopen en hij dook onmiddellijk met een
sneltreinvaart naar beneden. Een aap. Hij droomde vaak van een broodje aap.
Heerlijk. Hij likte met zijn tong al langs zijn lippen. Wat zal dat lekker smaken.
De aap op de grond liep vrolijk door het oerwoud. Toen hij plotseling wat hoorde en omhoog keek waar het geluid vandaan kwam, zag hij de draak als een speer aan komen snellen. Hij was al zo dichtbij dat ontsnappen niet meer mogelijk was. Hij moest nu slim zijn. Zijn leven hing ervan af.
De draak landde vlak voor de aap en blies stoomwolkjes uit
zijn neusgaten. Dat zou de aap leren. Oh, wat had hij toch een honger. Maar op
het moment dat hij zijn enorme bek opendeed om toe te slaan, schreeuwde de aap:
‘STOP’.
De draak klapte zijn kaken weer op elkaar en keek vol
verbazing naar de aap. De aap leek helemaal niet bang.
‘Er zit een monster in mij,’ zei de aap. ‘Als je mij opeet.
Zit het monster in jou en die zal je dan van binnen helemaal leeg knagen.’
De draak lachte. ‘Ha, ha, wat een rotsmoes. Dat gelooft toch
niemand.’ Hij deed zijn kaken alweer wijd open. Hij had zo'n zin in dit lekkere hapje.
De aap schudde zijn hoofd. ‘Als je me niet gelooft, dan kan
je het monster horen. Luister maar.’ De aap deed zijn bek open.
De draak leunde voorover om te luisteren.
Op dat moment liet de slimme aap een keiharde boer.
De draak schrok zo vreselijk, dat hij meteen wegvloog. ‘Je
hebt gelijk,’ brulde hij nog. ‘Ik hoorde een verschrikkelijk monster.’
vrijdag 1 maart 2024
Broodje-aap-verhaal
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten