donderdag 1 januari 2026

Gelukkig nieuwjaar

‘Weet je wat?, zei een lief, klein vogeltje. ‘Ik ga dit jaar heel aardig doen, want dan doet iedereen ook aardig terug.’ Hij huppelde en fladderde van plezier. ‘Ik ga gewoon naar iedereen die ik tegenkom zwaaien,’ bedacht hij. Dat was nog eens een goed idee. Hij hipte een beetje rond, totdat er een egel aan kwam schuifelen.
‘Goedemorgen, egel,’ zei het vrolijke vogeltje en zwaaide met zijn vleugeltje.
De egel keek verrast op en er kwam een glimlach op zijn snuitje. 
‘Goedemorgen, vogeltje,’ zei hij vriendelijk.
Het vogeltje lachte. Zie je wel dat het helpt wanneer je aardig tegen iemand doet. Kijk, daar komt een eekhoorntje deze kant opspringen. Het vogeltje begon alweer te zwaaien.
‘Hallo, eekhoorntje.’
Het eekhoorntje stopte en stond voor het vogeltje. Even wat het stil, maar toen schoot hij in de lach.
‘Hallo, vrolijk vogeltje,’ reageerde hij en sprong vliegensvlug de bomen in.
Het vogeltje was nog nooit zo blij geweest. Zou het ook lukken met die hond die eraan kwam?
‘Dag, hond. Lekker weertje vandaag, hè?’
De hond stopte en begon voorzichtig te snuffelen aan het wild zwaaiende vogeltje.
‘Dag, vogeltje. Ja, lekker weertje.’ Er kwam een lach op zijn snuit en hij snuffelde weer verder aan de struikjes langs de kant van de weg. Hij moest nodig plassen en zocht een goed plekje.
Even schrok het 
vogeltje toen er een zwarte kat aan kwam sluipen. Zijn buik schoof over de grond. Maar het vogeltje was niet bang en zwaaide vrolijk naar de kat. 
‘Hoi, lieve kat. Wat zie je er mooi uit.’
De kat, die klaar stond om te springen naar het lekkere vogeltje, bleef stilstaan en keek verbaasd. Zei dat vogeltje nou dat hij er mooi uit zag? Dat was wel een aardige opmerking.
‘Hoi, vogeltje. Dank je wel.’ Even knarste hij met zijn tanden en gromde een beetje. Het vogeltje zag er wel lekker uit. Een echt feestelijk hapje. Maar de kat liep nadenkend verder. Er zijn vast nog wel meer vogeltjes of muizen om mee te spelen.
Het vogeltje zuchtte, Dat was wel even spannend.
De hond die een stukje verder een plekje had gevonden om te plassen, keerde weer om. Hij wilde het vrolijke vogeltje nog wel eens zien. Hij werd er zelf ook vrolijk van. Maar toen hij er was, zag hij het vogeltje niet meer. Wel een zwarte kat die wegrende. Hij schrok. De kat zou toch niet? Zo’n vrolijk vogeltje… Nee… Dat kon niet… Het aardige vogeltje was vast weggevlogen om ergens anders ook weer naar iedereen te zwaaien.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten