Dinootje is ziek

Het is midden in de nacht. Iedereen ligt lekker te slapen. Alleen de lantaarnpalen zijn wakker, zij moeten nog een beetje licht schijnen. Verder is alles donker. Ook in het huis van Dinootje is alles in diepe rust. Maar dat duurt niet lang meer.
'Mam,' klinkt het ineens vanaf de zolder. Daar slaapt Dinootje.
'Mam,' klinkt het nu wat luider en Dinootje doet zijn lampje aan. Maar ja, mama ligt op een andere kamer diep onder de dekens te snurken.
'MAMA,' schreeuwt hij nu.
'Wat is er Dinootje,' antwoordt zijn moeder slaperig, 'neem maar een slokje water.'
'Mam, ik heb zo'n pijn in mijn buik.' Dinootje begint zachtjes te kermen.
Mama sjokt naar boven met een bekertje water. Ze schrikt wanneer ze bij haar kindje komt. Hij ziet er heel erg ziek uit en zijn gezicht is helemaal wit.
'Ach jongen, wat is er toch aan de hand? Heb je zo'n pijn in je buikje?' Ze streelt zachtjes over de buik van Dinootje. Maar dan begint het binnen in die buik opeens te borrelen, steeds harder en harder. Dinootje doet zijn bek open en met een grote boog spuugt hij alles onder. Zijn moeder kan nog net opzij springen. Maar het zit overal, zelfs tegen het plafond. Het is een enorme bende. Dinootje begint te huilen.
'Stil maar,' zegt zijn moeder, 'het komt wel weer goed. Die troep ruim ik straks wel weer op. Kom maar lekker warm bij mij in bed liggen.'
Even later ligt Dinootje dicht tegen zijn moeder aan, in het grote bed.
'Mam,' zegt hij zachtjes, 'mam, ik heb nog steeds buikpijn.'
'Ja jongen, ik weet het. Probeer maar wat te slapen, dan is het morgen vast over.'


 Maar het is de volgende dag niet over. Helemaal niet zelfs. Dinootje ligt in bed en nu doet alles zeer.
'Ja, alles doet zeer,' zegt het zielige dinosaurusje, 'vooral mijn poten doen zo zeer.' 
Wanneer Dinootje wil opstaan, zakt hij meteen door zijn poten. Hij kan er niet meer op staan. Hij valt terug op bed en kijkt wanhopig naar zijn moeder.
'Mam, wat moet ik nu. Het gaat toch wel weer over?' vraagt hij een beetje benauwd.
Zijn moeder kijkt bezorgd en zegt: 'Ach arme jongen. Zo kan het niet langer. Ik bel de dokter.'
Even later staat dokter Dikneus voor de deur.
'Goedemorgen mevrouw, waar is de patiƫnt?' zegt hij vrolijk.
‘Boven dokter, hij ligt in mijn bed.’
Dinootje moet zijn hemd uitdoen en de dokter onderzoekt hem goed.
‘Zeg eens A, Dinootje.’
‘AAAAA,’ zegt Dinootje keihard.
De dokter schrikt ervan. ‘Ho, ho, ik hoef niet doof te worden.’
Wanneer de dokter klaar is, kijkt hij naar de moeder van Dinootje.
‘Tja, een moeilijk geval mevrouw,’ zegt hij, ‘ik weet het niet. Dinootje moet toch even naar het ziekenhuis.’
‘Maar, maar, is hij dan zo ziek? En hoe moet dat dan? Hij kan niet eens lopen.’
‘Ik bel wel een ziekenwagen mevrouw,’ zegt dokter Dikneus.
Na een paar minuten hoor je een sirene. Tatu, tatu, daar komt de ziekenwagen aan.
Hij stopt voor de deur en zet zijn sirene uit. Maar ja, ondertussen is natuurlijk de hele buurt wakker geworden.
‘Wat zou er aan de hand zijn,’ vragen ze zich af.
‘Zou Dinootje ziek zijn?’
Ze weten het niet en staan buiten te wachten tot er iets gebeurt.
Er gaan twee mannen naar boven met een brancard. Daar willen ze Dinootje op tillen, maar het dinosaurusje is erg zwaar. Met heel veel moeite ligt hij erop, maar wanneer ze de brancard op willen tillen. KRAK. De brancard doormidden. Zo kan het niet, dat moet anders.
Dinootje gaat op de rug van zijn moeder naar beneden. De deuren van de ziekenwagen staan al open. Maar Dinootje is veel te zwaar, de ziekenwagen kan niet rijden met zo’n zware dino achterin. De mannen van de ziekenwagen staan elkaar aan te kijken. Wat nu?
De moeder van Dinootje weet wel wat. Ze hebben een speciale aanhangwagen die sterk genoeg is voor Dinootje.
En ja hoor, even later rijdt de ziekenwagen weg, met achter zich een karretje waar Dinootje op ligt. De buren die wakker waren geworden, staan te zwaaien.
‘Succes Dinootje, wordt maar gauw weer beter.’


In het ziekenhuis staan vier zusters klaar om Dinootje te helpen. Ze tillen hem samen in een bed. Dat hadden ze natuurlijk beter niet kunnen doen. KRAK. Bed doormidden. De zusters staan verbaasd te kijken. Dit hebben ze nog nooit meegemaakt. Zo kan het niet, dat moet anders.
Dus, laten ze Dinootje maar gewoon op de grond liggen met een kussen onder zijn kop en een deken over hem heen.
De zusters zijn heel lief en verwennen Dinootje een beetje.
‘Voel je je al wat beter?’ vragen ze en ze aaien hem over zijn kop. Maar Dinootje schudt zijn kop. Alles doet zeer, zijn buik en … nou alles.
Gelukkig komt daar de dokter al aan.
‘Dag Dinootje, ik ben dokter Langoor en ik ga jou beter maken.’
Dinootje kijkt de dokter een beetje angstig aan en vertelt dat hij overal pijn heeft.
‘Hm,’ zegt de dokter. ‘Zo, zo.’
De dokter onderzoekt alles. Hij luistert naar het hart van Dinootje en kijkt in zijn ogen en oren. Daarna klopt hij op de borst van Dinootje en knijpt een beetje in zijn buik. Als laatste trekt hij aan zijn poten en elke keer vraagt hij: ‘Doet dit zeer?’ en ‘Voel je dat?’
Dinootje knikt alleen maar. Alles doet zeer.
‘Tja Dinootje, ik weet wat er aan de hand is. Jij hebt een ziekte die alleen maar bij dinosaurussen voorkomt.’
‘Gaat het wel over dokter?’ vraagt de moeder van Dinootje benauwd. Zij is ondertussen op de fiets bij het ziekenhuis aangekomen en is zeer ongerust.
‘Ja mevrouw, uw zoon heeft last van dinoritus. Dan heb je een dag hele erge buikpijn en alles doet dan zeer. Daarna is het gelukkig weer helemaal over.’
‘Dus ik mag weer naar huis?’ vraagt Dinootje die zich al een klein beetje beter voelt.
‘Ja jongen,’ zegt de dokter, ‘maar je moet wel een paar sinaasappeltjes eten. Dat is goed voor je.’

De volgende ochtend zit Dinootje thuis aan de tafel. Hij voelt zich al een stuk beter. Voor hem op tafel liggen 10 sinaasappels. De dokter had gezegd dat hij sinaasappels moest eten, dus.... Hij pakt een sinaasappel, gooit hem in de lucht en vangt hem met zijn bek op. Mmm, lekker, met een knauw en een slik is de sinaasappel weg.
‘Dinootje toch,’ zegt zijn moeder, ‘Hoe vaak moet ik het nog zeggen. Je moet de sinaasappels eerst schillen.’
Te laat. De tafel is al leeg.

1 opmerking:

  1. Wat een humoristische verhaaltjes! Kinderen in de klas vragen om een verhaaltje van Dinootje en dan lekker lachen. Hier hebben kinderen behoefte aan! Ik heb de schrijver Jan Kranenbarg helemaal ontdekt. Echt een aanrader......

    BeantwoordenVerwijderen