Krulletje en de roze laarsjes

Elke keer als de groep kraanvogels landt in een poel om een visje te vangen of om te rusten, heeft Krulletje het moeilijk. Krulletje is het jongste meisjes-kraanvogeltje van de groep.
'Ik krijg natte voeten en daar houd ik niet van,' schreeuwt ze het dan bijna uit. Al vanaf haar geboorte heeft ze een hekel aan natte voeten. Haar ouders worden er gek van. Het gaat maar door. Jaar in jaar uit.
Tot op een dag alles verandert. Weer landt de hele groep in een poel en allemaal kijken ze al naar Krulletje om te wachten op haar zinloze gekwetter. Maar deze keer kwettert ze niet. Er is iets met Krulletje. Ze doet anders. Iedereen houdt zijn adem in en verroert zich niet.
Dan zegt Krulletje met een eigenwijs piepstemmetje: 'Ik wil laarzen aan mijn voeten. Gewoon mooie, roze laarzen, waarmee ik door de plassen kan stampen zonder dat mijn voeten nat worden.'
Het is even stil en dan barst iedereen in lachen uit. Het is een gekwetter van jewelste. Dat is een goeie mop. Laarzen aan de lange poten van een kraanvogel. Om te gillen. Ze rollen door het water en spetteren Krulletje nat van plezier. Roze laarsjes. Hoe verzin je het.
Krulletje is diep beledigd en met tranen in haar ogen vliegt ze boos weg. Ze besluit pas terug te komen wanneer ze roze laarzen heeft gevonden. Ze vliegt en vliegt. Steeds verder weg. Ze komt op plekken waar ze nog nooit is geweest. Overal vraagt ze om hulp, maar niemand weet waar je roze laarzen kan krijgen. Verdrietig landt ze op een klein eilandje midden in een groot meer. Het kan haar allemaal niet meer schelen. Op het strand ligt een grote steen. Daar gaat ze op zitten met haar kop tussen de vleugels. Ze wil niemand meer zien. Ze wil niets meer horen. Ze wil weg zijn van alles. Hoe kan het toch dat ze geen laarzen kan vinden. Krulletje huilt.
Dan beweegt er iets achter haar. Er komt iemand langzaam dichterbij. Krulletje heeft het niet in de gaten tot hij vlak voor haar staat. Het is een smetteloos witte ooievaar met een prachtige, rode snavel.
'Wat is er aan de hand, Krulletje,' vraagt de ooievaar en slaat zijn vleugel liefdevol om haar heen.
'Hoe weet u hoe ik heet?' stamelt Krulletje van schrik.
'Maar kindje,' zegt de vriendelijke ooievaar. 'Ik heb jou als baby'tje bij je papa en mama gebracht en ik moet er nu voor zorgen dat jij een gelukkige kraanvogel wordt.'
Krulletje kijkt hem met grote ogen aan en vertelt dan huilend haar verhaal. Dat ze niet van natte voeten houdt en dat iedereen haar er mee pest. De vriendelijke ooievaar lacht haar niet uit, maar neemt haar mee naar het midden van het eiland. Onderweg wordt het steeds mistiger. Ze hoort alleen nog maar het gesnater en gekwetter van andere vogels, maar ze ziet bijna niets meer. Midden op het eiland, daar waar de mist alles onzichtbaar maakt, voelt ze zich een beetje draaierig worden en plots valt Krulletje in een diepe slaap. Ze merkt niet dat de ooievaar haar opvangt met zijn vleugels en zachtjes neerlegt op de grond.

Een poosje later wordt Krulletje wakker op het strand. Vlak bij de grote steen waar ze zo heeft gehuild. Het zonnetje schijnt, het is lekker weer. Helemaal geen mist te zien. Heeft ze het dan allemaal gedroomd? Bestaat er dan geen aardige ooievaar die haar gelukkig wil maken?
Krulletje kijkt verbaasd om zich heen en geniet van het prachtige eiland.
Dan ... opeens ... ziet ze haar eigen poten in het zand liggen.  Haar adem stokt in haar keel. Ze kijkt nog een keer en ja hoor, ze ziet het goed.
Aan haar lange, dunne poten zitten roze laarzen. Wat ... hoe .. uh ... wie ... Krulletje weet niet wat ze moet zeggen of denken. Voorzichtig gaat ze staan en - oh, oh - wat zitten de laarzen lekker en wat zijn ze mooi. Ze danst, ze huppelt en springt op en neer. Ze holt naar een plas en stampt er midden in. Haar voeten worden niet nat. Haar voeten worden NIET nat. Ze kan het wel uitgillen van plezier. Wat is Krulletje gelukkig.
Dit moest ze snel aan papa en mama vertellen, en aan de hele groep... nee, aan de hele wereld.
Ze vliegt als een speer naar huis. Vanaf het midden van het eiland kijkt een smetteloos, witte ooievaar met een prachtige, rode snavel haar glimlachend na.
'Dag lieve Krulletje,' zegt hij zachtjes. 'Veel plezier met je roze laarzen.'
Wanneer Krulletrje thuis komt, is er niemand meer die haar uitlacht. Ze kijken juist vol bewondering naar haar roze laarzen. Misschien zijn ze zelfs wel een beetje jaloers. Vanaf dat moment is Krulletje het gelukkigste kraanvogeltje van de hele groep. Nee, van de hele wereld.
Elke keer als de groep kraanvogels gaat landen in een poel om een visje te vangen of om te rusten, is Krulletje de eerste die beneden is. Ze staat dan enthousiast te dansen en te springen in het water. En natte voeten? Ho maar, geen sprake van.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten