vrijdag 23 februari 2018

Het jonge ijsbeertje


'Papa, ben jij een echte ijsbeer?' vraagt het jonge ijsbeertje aan zijn vader, terwijl ze samen over de oneindige sneeuwvlakte wandelen.
'Zeker jongen,' antwoordt zijn vader. 'Ik ben een hele echte ijsbeer. Ik hou van sneeuw en ijs. Ik heb het nooit koud.'
'En mama? Is mama ook een echte ijsbeer?
'Tuurlijk jongen. Mama is ook een echte ijsbeer.'
Het jonge ijsbeertje is nog niet tevreden. Hij wil meer weten.
'En oma,' vraagt hij vervolgens. 'Is oma ook een echte ijsbeer?'
'Ja jongen,' zegt zijn vader nu wat knorrig. 'Oma is ook een echte ijsbeer.'
Het jonge ijsbeertje durft bijna niet verder te gaan, maar vraagt dan met een benauwd stemmetje: 'En opa. Is opa ook een echte ijsbeer?'
Nu vindt zijn vader het wel genoeg. 'Hou eens op met dat gezeur. Waarom wil je toch weten of de hele familie echte ijsberen zijn?'
Het jonge ijsbeertje kijkt zijn vader aan en trekt de muts nog verder over zijn oren. Dan zegt hij met bibberende stem:
'Omdat ik het zo v-v-verschrikkelijk k-k-koud heb.'

Geen opmerkingen:

Een reactie posten